Erfgoed

Een aantal locaties van De Lovie vzw zijn historisch waardevol: o.a. het Begijnhof in Diksmuide, t Susterhuus in Wervik en het kasteeldomein met beschermde parkelementen in Poperinge.
Uit respect voor het cultureel erfgoed proberen wij deze gebouwen te restaureren en een zinvolle herbestemming te geven. Ondersteuning van personen met een handicap en zorg voor erfgoed gaan hierbij als het ware hand in hand.

 

Kasteel en kasteelpark in Poperinge

Het kasteel dateert van 1856 en is opgetrokken in neoclassicistische stijl. Het werd als zomerverblijf gebouwd door Jules van Merris, een vooraanstaande Poperingenaar, voormalig schepen van de stad en liberaal volksvertegenwoordiger. Het kasteel is een getuige van de verfijnde wooncultuur van de aristocratie in de tweede helft van de 19de eeuw. Het ontwerp is van de Kortrijkse architect Pierre Nicolas Croquison (1806-1887). Het kasteelpark (63 ha.) werd volgens het concept van de Engelse landschapstuin aangelegd.

Een aantal belangrijke elementen van het Engelse landschapspark zijn nog duidelijk zichtbaar: de gedeeltelijk bewaarde dreef van rode beuken, de waterpartijen met brug, diverse zichtlijnen, bosjes en hagen, een aantal merkwaardige bomen.

Het park is beschermd als dorpsgezicht en verschillende parkelementen zijn beschermd als monument: jagersgrot, herdenkingskapel, prieel op Drogenbroodberg, tuinpaviljoen, Chinese Poort, ijskelder, veldhospitaalbarak, kasteel.

In de geschiedenis van het domein en zijn bewoners onderscheiden we vier grote perioden:
(1) Jules van Merris (1856-1899)
(2) Graaf de Brouchoven de Bergeyck (1912-1922)
(3) Sanatorium St.-Idesbald (1929-1960)
(4) woonpark voor personen met een handicap

Elke periode of (nieuwe) eigenaar is van grote invloed geweest op het gebruik, de inrichting en ontwikkeling van het kasteel en park.

Wil je meer weten over de rijke geschiedenis van het kasteeldomein?  Boek het arrangement ‘Op de koffie bij Jules Van Merris’ bij Angie Verbrigghe op het tel. nr. 057 344 365 of mail naar angie.verbrigghe@delovie.be.

De Lovie  vzw wil het park geleidelijk verder ontwikkelen als ‘open erfgoed’ waarbij de beschermde monumenten, de natuurlijke context en de rijke belevingsgeschiedenis van het domein samen met de interactie tussen de bewoners van het park en het ruime publiek centraal staan.
Recent werd een haalbaarheidsonderzoek gestart om de mogelijke herbestemmingsscenario’s voor het kasteel in kaart te brengen.

 

Begijnhof in Diksmuide

Het Begijnhof in Diksmuide zou volgens geraadpleegde bronnen één van de oudste zijn in Vlaanderen. In 1273 werd het officieel door vorstin Margaretha Van Constantinopel als volwaardig begijnhof erkend. Het is een typisch pleinbegijnhof, namelijk vier gebouwen omsluiten een binnenplein: twee witgeschilderde hoofdgebouwen, een poortgebouw en kapel. De vleugel links bij het binnenkomen van de site noemen we de poldervleugel, de rechterkant noemen we de stadsvleugel.

Het begijnhof werd tijdens WOI volledig vernield en vanaf 1923 wederopgebouwd in historiserende stijl naar het ontwerp van de architecten Joseph en Luc Viérin (Brugge) en Richard Acke (Kortrijk).
Het begijnhof is beschermd als monument sinds 03/02/2000.

De stadsvleugel is volledig gerestaureerd en wordt bewoond door 13 personen in 4 eigentijdse woningen. Het poortgebouw of Huis van Juffrouw Sibylle is een gezellige geschenkenwinkel met toeristisch infopunt en wordt uitgebaat door de bewoners van de site samen met vrijwilligers. Omwille van haar cultuurhistorisch waarde ligt het begijnhof ingebed in stadswandelingen en toeristische arrangementen, bv. Stadslink, Schatten van Vlieg.

In de nabije toekomst willen wij ook de poldervleugel restaureren met het oog op inclusieve woonondersteuning en een vakantiewoning.

 

t Susterhuus in Wervik

Vermoedelijk is t Susterhuus, het klooster van de Grijze (later Grauwe) zusters te Wervik gesticht tussen 1382 en 1414. De geschiedenis van t Susterhuus in de 15e tot 20e eeuw is rijk maar bewogen: herhaaldelijk viel het klooster ten prooi aan plunderingen, brandstichtingen, rampen en oorlogen. Telkens opnieuw werd het klooster met veel moed wederopgebouwd.

Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, telt het klooster ongeveer 250 schoolgaande leerlingen, afkomstig uit de betere klassen van Wervik en omstreken. Bij aankomst van de Duitse troepen wordt het pensionaat gesloten, de zusters hebben enkel nog beschikking over de kapel en hun cellen.

In 1917 moeten de zusters uiteindelijk ook wegvluchten en wanneer ze na de oorlog terugkeren staat het klooster nog maar gedeeltelijk overeind. Alle hout is verdwenen, overal regent het binnen, de tuin is een ruïne met 24 enorm grote granaattrechters, in de boomgaard staan nog resten van soldatenbarakken. Pas in 1925 konden de zusters weer normaal en volledig onderwijs geven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de schade aan t Susterhuus als bij wonder beperkt. In t Susterhuus vallen een 25-tal brandbommen op het klooster die vermoedelijk bedoeld waren voor het naburig station.

In de naoorlogse periode kende de school een enorme groei, het aantal kloosterzusters daarentegen daalde sterk. In 1998 verlieten de laatste zusters het klooster en krijgt het pand een nieuwe bestemming als woning voor personen met een handicap.

Samen met een projectontwikkelaar onderzoekt De Lovie momenteel de mogelijkheid om de site te herbestemmen tot een hedendaags project waar woonkwaliteit en inclusie centraal staan.